HJBC
Contact
Opleidingen
Open Dagen
Docenten
Cliënt praktijklessen
Aanmelden
Donaties
Competenties
Studiepunten
Extance 2.8.1 

Competenties

 

 

Competentiegericht onderwijs

Het onderwijs van HJBC is gericht op competentieleren. Je wordt van het begin van je opleiding getraind in het ontwikkelen van een beroepsidentiteit en het ontwikkelen van inzicht in je persoonlijke effectiviteit en loopbaanvaardigheid.(“employability”).

Competentiegericht onderwijs heeft een aantal belangrijke kenmerken.

-          Realistische, complexe beroepstaken vormen het uitgangspunt van de opleiding. Ofwel: dat wat je in de latere beroepspraktijk moet kunnen doen of maken. Of je de competenties beheerst die nodig zijn om bepaalde beroepstaken uit te voeren wordt getoetst middels een zogenaamde summatieve toetsing op basis van reële of gesimuleerde beroepssituaties.

-          Je leert om je eigen ontwikkeling te sturen. De rol van je studieloopbaanbegeleider is hierbij essentieel: hij volgt jou gedurende het grootste deel van je studie. Ieder half jaar stel je een persoonlijk ontwikkelingsplan  (POP) op en je overlegt hierover met hem. Vervolgens leg je in een studiecontract vast aan welke summatieve  toetsing(en) je wit deelnemende wat je gaat doen om je hierop voor te bereiden. Dus welke onderwijseenheden je wilt volgen, of je stage gaat lopen, welke werkervaring je wilt gaan opdoen. De bewijzen van wat je geleerd hebt – verslagen, toetsresultaten, werkstukken e.d. – verzamel je in je portfolio. Dit bewijsmateriaal heb je nodig voor je summatieve toetsing(en).

Naast de eisen die HJBC zelf aan haar onderwijs stelt, houdt HJBC rekening met Nederlandse kwaliteitseisen en internationale ontwikkelingen. 

Propedeutische en postpropedeutische fase

De opleiding kent een propedeutische en postpropedeutische fase, ook wel hoofdfase genoemd. De studielast van de propedeuse fase (het eerste studiejaar) bedraagt 60 studiepunten en die van de propedeutische fase 180. Aan beide fasen is een examen verbonden.                                                                                                              

De propedeutische fase (propedeuse) is zodanig ingericht dat je inzicht krijgt in zowel de inhoud van je opleiding, als inzicht in het toekomstige beroepenveld (oriëntatiefunctie).  Mede op grond van dat inzicht kun je – tijdens of aan het eind van die fase – besluiten om met de opleiding te stoppen. Ook de opleiding kan uiteindelijk besluiten dat het beter is dat de student de opleiding niet voortzet.

Studieadvies

Uiterlijk aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase krijg je van de opleiding een schriftelijk studieadvies. Het advies is positief als je je propedeuse (60 studiepunten) hebt behaald. Als je in het eerste jaar minder dan 45 studiepunten hebt behaald en de opleiding je daarmee ongeschikt acht voor de opleiding, krijg je een bindend negatief studieadvies BNS. Dit betekent dat je de opleiding niet mag vervolgen en dat je direct uitgeschreven wordt. Een bindend negatief studieadvies krijg je alleen, wanneer je minimaal 40 werkdagen voorafgaand aan het bindend negatief studieadvies – als waarschuwing – een voorlopig negatief studieadvies hebt ontvangen, zodat er een redelijke termijn rest om de studieresultaten nog te kunnen verbeteren. Officiële feestdagen, zater- en zondagen vallen niet onder werkdagen. Bij het bepalen van de termijn van 40 werkdagen moet rekening gehouden worden met de onderwijsvrije dagen conform het HJBC jaarrooster.

Als je in je eerste jaar 45 studiepunten of meer hebt behaald, maar nog niet geslaagd bent voor de propedeuse krijg je een voorlopig positief advies. Met name een hoge inzet is één van de voorwaarden om de studie met succes binnen een redelijk geachte termijn af te kunnen ronden. Ook als je na twee jaar je propedeuse nog niet hebt behaald, krijg je een bindend negatief studieadvies. Bij het bepalen van het studieadvies houdt de opleiding rekening met je persoonlijke omstandigheden.

Zie ook de Onderwijs- en Examenregeling, paragraaf 7. Deze paragraaf omvat een volledig overzicht van de regels die gelden bij het studieadvies propedeutische fase.

Onderwijskundige uitgangspunten van HJBC.

HJBC volgt in zijn visie op leren in grote lijnen het sociaal constructivisme als basis voor het competentiegericht leren. De constructivistische theorie gaat er van uit dat het verwerven van kennis en vaardigheden niet zozeer het gevolg is van een directe overdracht door de docent, maar eerder het resultaat van denkactiviteiten van de studenten zelf: we leren door nieuwe informatie te verbinden aan wat we al weten. Het constructivisme benadrukt daarmee de actieve rol van de leerling bij het verwerven van informatie en het verwerven van kennis en vaardigheden. Sociale processen spelen hierbij een belangrijke rol. Kennis wordt niet alleen individueel geconstrueerd, maar wordt ook steeds weer gespiegeld aan de opvattingen van anderen.

Het constructivisme is ontstaan uit maatschappelijke ontwikkelingen. Een groot aantal van de soms stormachtige ontwikkelingen in onze maatschappij is terug te voeren op de steeds kortere looptijd van kennis. Eens geleerde kennis is niet meer voldoende om als beroepsbeoefenaar te kunnen functioneren. Beroepsbeoefenaren moeten niet alleen over vakkennis en vakvaardigheden beschikken, maar hiervan ook effectief en efficiënt gebruik maken in nieuwe, onbekende en deels onvoorziene situaties. Er is in de maatschappij behoefte aan competente beroepsbeoefenaren die nieuwe oplossingen kunnen bedenken voor nieuwe problemen, en niet aan mensen die uitsluitend oplossingen voor bestaande problemen hebben geleerd.

Als onderwijskundige uitgangspunten gebruikt HJBC daarom de volgende uitgangspunten:                                                                

- De student verwerft beroepscompetenties door leerarrangementen waarin de realiteit van het beroepsmatig handelen het uitgangspunt vormt.                                                                                                                                              

Om beroepscompetenties te ontwikkelen zijn de onderwijseenheden zo ingericht dat de reële beroepssituatie het uitgangspunt vormt. Permanente reflectie op het beroep en de beroepsuitoefening is ingebouwd in het onderwijs en komt zowel in de begeleiding als in de toetsing tot uitdrukking; m.a.w. je spiegelt je als student continu aan de eisen van het beroep.                                                                                                                                         

- De student leert leren (“leren leren”, levenslang leren).                                                                                                    

De snelle veranderingen in het werk van een professional maken het noodzakelijk dat de professional voortdurend zijn expertise aanpast, uitbreidt en/of verlegt. We gaan er daarom van uit  dat je als student een houding ontwikkelt waarin ‘life long learning’ (levenslang leren) een vanzelfsprekendheid is.                                    

De student is in een toenemende mate in staat om zijn eigen leerproces (product en proces) te sturen.                

Je bent als student in toenemende mate verantwoordelijk voor je eigen keuzes ten aanzien van je leren (proces en product, het hoe en het wat). Dit vraagt van je dat je een goed inzicht hebt in je eigen sterke en zwakke eigenschappen, en een goed inzicht in de manier waarop je leert. Reflectie op deze kwaliteiten en de eigen wens en mogelijkheden om deze in te zetten en evt. aan te passen t.b.v. de toekomstige beroepsuitoefening vinden we van groot belang.                                                                                                                                                                 

– De opleiding die de student volgt voert een continue dialoog met het werkveld.                                                             

Omdat de opleiding het beroep en de benodigde competenties daarvoor centraal stelt, zijn er nauwe contacten met het werkveld op alle niveaus van de opleiding. Zo zullen ook beroepsbeoefenaren uit het werkveld meewerken aan de beoordeling van studenten.                                                                                                                   

De student leert voor een beroep waarin het vraaggericht handelen  het paradigma is.                                                         

Een professional in de dienstverlening werkt vraaggericht. De vraag van de cliënt staat centraal bij het zoeken naar een oplossing. De professional helpt de cliënt de goede vraag te formuleren. Het kennen en respecteren van andere disciplines, maar ook het kunnen samenwerken t.b.v. de afstemming van het gezamenlijk werk, is hiervoor een vereiste.    

HJBC is onderdeel van het domein Health

Domeinomschrijving/-afbakening

Het domein biedt een programma aan dat tot doel heeft om op te leiden tot beginnend health-professional binnen het terrein van het paramedische werkveld.                                                                                                                

De health-professional richt zich op het leveren van een bijdrage aan de bevordering van de gezondheid van een individu, een groep en/of een organisatie. De bijdrage bestaat uit het nemen van initiatief tot het ontwikkelen en begeleiden van trajecten gericht op bewustwording van eigen gedrag. Het uitgangspunt daarbij is een proces- of ketengerichte benadering hetgeen een integrale benadering impliceert.                                                   

De integrale benadering komt tot uitdrukking in het handelen dat zich richt op kansen, vragen en problemen binnen een specifieke context waarbij oog is voor het behalen van resultaten (doelmatigheid en doeltreffendheid).

De cliënt en werksetting van de health-professional

Cliënt                                                                                                                                                                                                                        

In het profiel van de health-professional wordt het begrip ‘klant’ gebruikt in een brede betekenis:                          

a.             De cliënt zelf:                                                                                                                                                                                  

- een individuele cliënt (patiënt, hulpvrager, betrokkene, opdrachtgever)                                                        

- een cliëntengroep (publieksgroep, doelgroep) of een cliëntenorganisatie.                                                     

b.            Het systeem van de cliënt en zijn omgeving:                                                                                                                            

- het systeem omvat de personen die nauw betrokken zijn bij de behandeling, verzorging, begeleiding en of advies aan de cliënt.                                                                                                                  

- De omgeving betreft de sociale, culturele en fysieke omgeving waarin de cliënt zich begeeft.  De health-professional werkt regelmatig op verwijzing  van en/of in nauwe samenwerking met andere professionals (artsen, tandartsen, bedrijfsartsen). De verwijzer wordt gezien als onderdeel van het systeem van de cliënt, als één van de betrokkenen bij de interventie.

De werksetting                                                                                                                                                                            

De health-professional werkt binnen en vanuit een organisatorisch verband. Hoe klein (eenmanspraktijk) of groot (instelling voor gezondheidszorg of adviesbureau) deze ook is, hij heeft altijd te maken met andere professionals. Kenmerkend voor de integrale benadering is het leveren van een bijdrage aan een keten van zorg, los van organisatorische verbanden. Het belang van het functioneren in netwerken is voor de health-professional dan ook groot.

Domeinberoepstaken en domeincompetenties                                                                                                  

Het beroepenveld verwacht nieuwe en andere kwaliteiten van HJBC afgestudeerden dan voorheen. Afgestudeerde Hbo’ers moeten niet alleen beroepsbekwaam zijn, maar ook in staat zijn hun eigen ontwikkeling na de opleiding vorm te geven. Ze moeten, eenmaal aan het werk, in staat zijn om nieuwe kennis en oplossingen te produceren en om effectief en efficiënt gebruik te maken van kennis en vaardigheden in nieuwe, onbekende en deels onvoorziene situaties. HJBC wil daar recht aan doen door gebruik te maken van beroepstaken.

Domeinberoepstaken                                                                                                                             

Beroepstaken zijn betekenisvolle, hele taken zoals deze in al hun complexiteit in de werkelijkheid door de beroepsbeoefenaar (expert) worden uitgevoerd. ‘Hele’ taak wil zeggen dat deze niet worden opgeknipt in deelaspecten maar door studenten steeds in zijn totaal worden geoefend.                                                             

Het domein hanteert 3 beroepstaken:

1.       Verrichten (werken met en voor cliënten)                                                                                                      

De health-professional geeft vorm aan het primaire proces in dialoog met de cliënt of opdrachtgever.

Voor de health-professional bevat de beroepstaak ‘verrichten’ drie sub-beroepstaken, te weten:

 

a)       Verbeteren van gezond gedrag                                                                                              

Doelstelling van het handelen van de health-professional in deze beroepstaak is het begeleiden van de cliënt in een veranderingsproces gericht op het optimaliseren van de bestaande gezondheidstoestand om tot betere prestaties en/of welbevinden te komen.

 

b)       Werken aan preventie

                                                                               

 Doelstelling van het handelen van de health-professional in deze beroepstaak is het begeleiden van de cliënt in een veranderingsproces gericht op het voorkomen van aandoeningen en ziekte.

 

c)        Optimaliseren van herstelprocessen/re-integratie.

                                                                  

Doelstelling van het handelen van de health-professional in deze beroepstaak is het begeleiden van de cliënt bij het herstel of het tegengaan van een gezondheidsprobleem vanuit een ziekte, aandoening, stoornissen in functie en beperking van activiteiten en participatie. Als er geen herstel meer verwacht wordt, verschuift de doelstelling naar het bewerkstelligen van een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven.

 

2.       Inrichten (werken in en voor een organisatie)

De health-professional geeft vorm aan de organisatie met als doel: optimalisering van het primaire proces. Zowel interne factoren (vanuit het primaire proces) als externe factoren (door beleidsmaatregelen) zijn van invloed op deze vormgeving.

 

3.       Richten (werken aan professionalisering)

 De health-professional geeft richting aan het beroep en de organisatie, met als doel: verdere professionalisering van de beroepsuitoefening en het aanpassen van de organisatie als antwoord op externe ontwikkelingen.

 

Domeincompetenties   

Om de beroepstaken te kunnen uitvoeren, heb je een samenhangend geheel van kennis, vaardigheden en attitude nodig. Dit geheel van kennis, vaardigheden en attitude wordt een competentie genoemd. Elke beroepstaak vraagt om bepaalde competenties.                                                                                     

Het domein kent een profiel voor de beroepen waartoe binnen het domein wordt opgeleid, het zogenaamde domeinprofiel. Dat profiel bestaat uit competenties of bekwaamheden waarover de health-professional geacht wordt te beschikken. Het betreft de volgende domeincompetenties:

1.       Beleid voeren in gezondheid en welzijn                            

        De health-professional stelt op basis van een ontwikkelde visie doelen, plant en voert beleid gericht op een efficiënte en effectieve procesvoering ten aanzien van gezondheid en welzijn; versterkt faciliteren van het veranderingsproces.

2.       Werken aan kwaliteit  de health-professional levert continu een bijdrage aan monitoring  en ontwikkelen van kwaliteit gericht op het verbeteren van processen, procedures en producten; versterkt verantwoordelijkheid.

3.       Kennisontwikkeling en professionalisering                     

        De health-professional signaleert de noodzaak tot verandering en ontwikkelt aan de hand van concepten en praktijkervaringen impulsen gericht op vernieuwing en het oplossen van knelpunten in beroepsvelden en maatschappij;  versterkt ontwikkeling van eigen bekwaamheden, kenniscirculatie en innovatief denken.

4.       Ondernemen                                                                         

        De health-professional verricht activiteiten gericht op het vernieuwen en verbeteren van het aanbod en het waarborgen van het eigen bestaansrecht; versterkt marktgerichtheid.

5.       Samenwerken in professionele relaties             

        De health-professional levert een actieve bijdrage om de samenwerking te bevorderen gericht op het behalen van gemeenschappelijke doelen; versterkt onderlinge communicatie.

6.       Persoonlijke ontwikkeling  de health-professional geeft vorm aan een persoonlijke loopbaan en maakt zijn werk uitdagend, betekenisvol en heeft er plezier in; versterkt vitaliteit en gezondheid.

Binnen het domein Health is een onderscheid gemaakt in domeincompetenties en opleidingsspecifieke competenties die voor alle beroepsbeoefenaren in het paramedische werkveld van belang zijn.  

Het beroep waarvoor opgeleid wordt: beknopte kenmerken

Het beroep paranormaal, energetisch therapeut                                       

Definitie en maatschappelijke context                                                        

 Definitie                                                                                                       

Paranormaal energetisch therapeut is een paramedisch beroep. Een paranormaal energetisch therapeut begeleidt, behandelt of adviseert cliënten met als doel te bevorderen: het vermogen van de cliënt om activiteiten uit te voeren en/of te participeren in de maatschappij. Daarbij staat centraal het (herstel van het) gevoel van welbevinden van de cliënt.                                                                      

Voor paranormaal energetisch therapeuten is gezondheid meer dan de afwezigheid van ziekte. Uitgangspunt van het beroep paranormaal, energetisch therapeut is dat mensen door te ‘handelen’ (ofwel door het uitvoeren van activiteiten) betekenis geven aan hun bestaan. Denk hierbij aan activiteiten in het kader van betaald of onbetaald werk, vrijetijdsbesteding en/of zorg voor jezelf of anderen.

Maatschappelijke waarde van de paranormaal energetisch therapeut                                                                            

De paranormaal energetisch therapeuten werken met cliënten die niet (meer) in staat zijn om activiteiten uit te voeren die voor hen belangrijk zijn. Dit kan veroorzaakt zijn door een aangeboren handicap, een trauma of ziekte. Het resultaat van geslaagde paranormaal energetisch therapeutische interventie is een toegenomen tevredenheid van de cliënt over zijn handelen. Verschillende studies hebben aangetoond dat de interventies van paranormaal energetische therapeuten effectief zijn (met als uitkomsten de toegenomen zelfstandigheid en maatschappelijke participatie van de cliënt).                                                                   

Naast deze opbrengst voor de cliënt zijn er ook studies die aantonen dat paranormaal energetische therapie de druk op duurdere zorg kan doen afnemen.

1.1.1        De beroepsverenigingen (Verbond) geven de volgende definitie in hun beroepsprofiel van 2002:

In de paranormale geneeswijze wordt uitgegaan van het zelfgenezend vermogen van de mens. Dit zelfgenezende vermogen kan ondersteund worden door een van het menselijk  organisme uitgaande ‘energie’ die overdraagbaar is van de ene mens op de andere en waarbij uiterlijke hulpmiddelen slechts een secundaire, begeleidende functie kunnen vervullen. Deze therapeutische overdracht van levensenergie kan door direct lichamelijk contact tot stand gebracht worden – zoals het opleggen van de handen en het maken van strijkende bewegingen – of door middel van met die kracht geladen voorwerpen, dan wel door geestelijke concentratie zonder meer. In verschillende culturen wordt deze energie met verschillende termen aangeduid zoals prana (India) of ch’i (China).

Voor de specifieke diagnostische informatie is de paranormaal therapeut aangewezen op informatie die niet langs de gebruikelijke zintuiglijke weg verkregen wordt, maar berust op zgn. buitenzintuiglijke waarneming, de verschillende vormen van paragnosie of GESP (general extrasensory perception).

 

Vanuit het oogpunt van de cliënten kan paranormaal energetische therapie beschouwd worden als een zoektocht naar mogelijkheden om activiteiten die zij waardevol vinden, op welke manier dan ook, (weer) uit te voeren. Tijdens paranormaal energetische therapie oefenen cliënten met het uitvoeren van activiteiten met als doel herstel van normaal handelen of het verwerven van een andere (aangepaste) manier van handelen. Hulpmiddelen en aanpassingen kunnen hierbij ondersteuning bieden. Niet zelden is er voor cliënten tijdens het paranormaal energetisch therapeutisch proces aanleiding om zich te heroriënteren op hun eigen waarden en ambities: niet altijd is herstel van het patroon van handelen zoals zij dat gewend waren geheel mogelijk of wenselijk. Het begeleiden van dit vaak pijnlijke proces behoort ook tot de expertise van de paranormaal energetisch therapeut. Het zoeken van een balans tussen eigen ambities en het vermogen tot handelen, het zoeken naar een nieuw, bevredigend patroon van handelen maakt dan ook onderdeel uit van het paranormaal energetisch therapeutisch proces. 

Het werkveld, c.q. de organisatorische context                                 

Paranormaal energetisch therapeuten werken op het terrein van gezondheids- en welzijnszorg als behandelaar, begeleider en/of adviseur in individuele praktijken en/of groepspraktijken. Daarnaast zijn paranormaal energetisch therapeuten op het gebied van arbeid in preventieve zin werkzaam en zijn ze gericht op re-integratie in het arbeidsproces.

Beroepstaken en Majorcompetenties paranormaal, energetisch therapeut                                                             

Voor de domeinberoepstaken zijn de majorcompetenties van de paranormaal energetisch therapeut van groot belang. Uitgangspunt voor een competentie die de beginnende paranormaal energetisch therapeut dient te bezitten is de integratie van kennis, vaardigheden en attitudes. De competenties samen vormen het eindprofiel van de opleiding. Hieronder volgt een omschrijving van de majorcompetenties gerangschikt, zodat inzichtelijk wordt hoe domein en majorcompetenties zich verhouden:

 

 

 

Domeincompetentie

1.       Beleid voeren in gezondheid en welzijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Majorcompetentie

Paranormaal energetische  therapie

1a. Diagnosticeren

Om zich een beroepsspecifiek oordeel te vormen over de vraag van de cliënt* analyseert de paranormaal energetisch therapeut het door de cliënt ervaren handelingsprobleem – en de beïnvloedbaarheid daarvan – op methodische wijze en stelt een paranormaal energetisch therapeutische diagnose vast.

*’cliënt’ kan ook zijn – indien van toepassing: ‘cliënt en/of cliëntsysteem’.

1b. Interveniëren I, behandelen en begeleiden

Om de handelingscompetentie van de cliënt en participatie te bevorderen en te behouden, behandelt, begeleidt (en adviseert) de paranormaal energetisch therapeut op methodische wijze de cliënt en/of het cliëntsysteem, zodat de cliënt naar vermogen de regie over zijn leven (weer) kan voeren en de rollen en taken vervult die hij verkiest en die bijdragen aan zijn gezondheid en welzijn.

1c. Interveniëren II, preventie, voorlichting en advisering

Om de behandelingsprocedure en participatie van (de) cliënt(en) te bevorderen en te behouden, adviseert de paranormaal energetisch therapeut op methodische wijze aan de opdrachtgevers* over zorg of begeleiding, hulpmiddelen, voorzieningen of arbeidsomstandigheden, zodat op indirecte wijze een bijdrage wordt geleverd aan gezondheid en welzijn van de (groep) cliënt(en).

*organisaties, professionele hulpverleners en/of mantelzorg, en de cliënt (PGB-voorzieningen) als opdrachtgever.

Rol

Behandelaar en/of adviseur

 

Domeincompetentie

2.       Werken aan kwaliteit

Majorcompetentie paranormaal energetisch therapeut

 

 

2.Werken aan kwaliteit

De paranormaal energetisch therapeut levert een bijdrage aan het kwaliteitsbeleid met als doelde kwaliteit van de dienstverlening binnen en buiten de organisatie te garanderen en verantwoorden.

Rol

Dienstverlener, manager, beroepsontwikkelaar

 

Domeincompetentie

3.       Kennisontwikkeling en professionalisering

 

Majorcompetentie paranormaal energetische therapie

 

 

3.Kennisontwikkeling en professionalisering

De paranormaal energetisch therapeut ontwikkelt aan de hand van concepten en praktijkervaringen vernieuwingsimpulsen gericht op het inspelen op veranderingen en het oplossen van knelpunten (in beroep en maatschappij)

De paranormaal energetisch therapeut versterkt kenniscirculatie en beroepsinnovatie.

Rol

Beroepsontwikkelaar

 

Domeincompetentie

4.       Ondernemen

 

Majorcompetentie paranormaal energetisch therapeut

 

4. Ondernemen

De paranormaal energetisch therapeut zet diensten en producten in de markt, vernieuwt en verbetert waar nodig het aanbod met als doel het bestaansrecht van de organisatie te waarborgen.

Rol

Manager

 

Domeincompetentie

5.       Samenwerken in professionele relaties

 

Majorcompetentie paranormaal energetisch therapeut

 

Majorcompetentie paranormaal energetisch therapeut

 

5a. Bijdrage aan organisatieprocessen

De paranormaal energetisch therapeut levert een beroepseigen bijdrage aan de afstemming van processen binnen de organisatie en tussen organisaties ten behoeve van de integrale dienstverlening

 

5b. Begeleiden en coachen

De paranormaal energetisch therapeut begeleidt en coacht stagiairs en collega’s in leerprocessen, zodat zij op professionele wijze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie.

Rol

Manager, beroepsontwikkelaar

 

 

Domeincompetentie

6.       Persoonlijke ontwikkeling

 

Majorcompetentie paranormaal energetisch therapeut

6a. Bevorderen eigen deskundigheid en ontwikkeling

De paranormaal energetisch therapeut ontwikkelt continu de eigen professionele deskundigheid, zodat hij als professional voldoet aan de geldende maatschappelijke normen en zijn werk betekenisvol, uitdagend en plezierig vindt.

Rol

Beroepsontwikkelaar

 

Deze majorcompetenties staan uitgebreid beschreven en worden bij aanvang van de studie aan de studenten uitgereikt. Competenties zijn nodig om een beroepstaak adequaat uit te voeren. Bij elke beroepstaak horen dan ook enkele competenties, soms kan één competentie onder meerdere beroepstaken vallen. In onderstaand schema wordt de relatie tussen beroepstaak en majorcompetenties weergegeven.

 

 

                        Domeinberoepstaak

 

 

Verrichten

Inrichten

Richten

                 Majorcompetenties

    Paranormaal energetische therapie

1a. Diagnosticeren

 

           X

 

 

1b. Interveniëren I; behandelen en begeleiden

           X

 

 

1.c Interveniëren II; preventie, voorlichting en advisering

           X

 

 

2. Werken aan kwaliteit

           *

       X

         *

3. kennisontwikkeling en professionalisering

           *

       *

         X

4. Ondernemen

 

       X

 

5a. Bijdragen aan organisatieprocessen

 

       X

 

5b. Begeleiden en coachen

 

       X

 

6a. Bevorderen eigen deskundigheid en ontwikkeling

           *

       *

         X

X=op de voorgrond aanwezig                                     

 *= op de achtergrond aanwezig

 

 

 

 

December 2009

Het Johan Borgman College

Competentie HBO paranormaal therapeut

 

Professioneel gedrag raakt de kern van het vak, maar ook de kern van de persoon. Professioneel gedrag is dan ook niet simpelweg te leren door gedragsinstructie, maar veronderstelt een proces van jaren, waarin de aankomende paranormaal therapeut een eigen, authentieke stijl ontwikkelt om zijn kennis en vaardigheden ten dienste te stellen van een goede gezondheidszorg. Los van toenemende kennis en vaardigheden wordt zo’n proces bevorderd door midden in het leven te staan, kritisch te luisteren naar zichzelf en onbevangen naar anderen.

 

Kernpunten

         Professioneel gedrag is te definiëren als observeerbaar gedrag waarin de normen en waarden van de beroepsgroep zichtbaar zijn.

         Attitudes die behoren tot de binnenwereld van de paranormaal therapeut bepalen mede wat deze vervolgens aan professioneel gedrag laat zien.

         Professioneel gedrag als zodanig dient niet als vaardigheid aangemerkt te worden,maar betreft de wijze waarop de paranormaal therapeut zijn vaardigheden en kennis in de praktijk gebruikt.

         Bijdragen aan het welzijn van de cliënt is het ultieme ijkpunt van professioneel gedrag van de paranormaal therapeut.

         Aan professioneel gedrag zijn drie dimensies te onderscheiden:  omgaan met taken/werk (competentie),   omgaan met anderen(perspectief van de ander)  en omgaan met zichzelf (reflectie).

         Het proces waarmee men zich professioneel gedrag eigen maakt is niet zozeer een leerproces als wel een ontwikkelingsproces.   

 

 

Competenties per studiejaar

 

1ste jaar

 

        Student moet in staat zijn te gronden en dit bij zichzelf te erkennen (wanneer ben ik niet gegrond)

Instellen

Overdracht

Afsluiten

 

        Herkennen en onderscheid kunnen maken tussen de verschillende energieën.

        Bewust worden van eigen energie, manier van ervaren bewust maken.

        Overgang van denken naar voelen.

        Van eigen manier van voelen naar gezamenlijke manier van definiëring (gezamenlijk taalgebruik)

        Gronden.

        Begin maken van wel of niet kunnen zien, (helder zijn: helder waarnemen: voelen, ruiken, proeven, horen, zien).

        Bewust maken van energie van jezelf en van de ander. Hoe ga je daar mee om?

 

Aan het eind van het 1e jaar is de student in staat:

-          4 fases van het consult te weten en toe te passen (instellen, afstemmen, overdracht, afsluiten)

-          Weten wat energie is en hoe deze voor de individuele student waarneembaar is

-          Weten wat gronding is en hoe deze verkregen kan worden en dit ook zelf te kunnen toepassen

-          Een reflectieverslag conform de richtlijnen te schrijven

 

 

2de jaar

 

        Erkennen van de diverse energieën.

        Kennistoets over de lagen van de aura´s en chakra´s.

        Praktijktoets over het toepassen van de kennis.

        Leren schrijven van een behandelverslag.

 

Aan het eind van het 2e jaar is de student in staat:

-          De eigen gronding in korte tijd te realiseren en de gronding van de cliënt te optimaliseren

-          Een reflectieverslag conform de richtlijnen te schrijven

-          Een behandelverslag conform de richtlijnen van een reflectieverslag te schrijven

-          Zich bewust te zijn van energie ontvangst en energie geven

-          De energiebalans van de cliënt waar te nemen en te evalueren en daar een doelgerichte Aktie op te kunnen ondernemen (blokkades in de energie stroom kunnen herkennen en te kunnen behandelen)

-          Een cliënt te behandelen volgens de fases van het energetisch consult en daar logische conclusies aan te verbinden

-          Ethische kanten van het energetische consult herkennen en benoemen

 

3de jaar:

 

        CPL:  methodisch agogisch handelen in et PT°traject

-          tijdsbeheersing behandeling

-          behandelplan beschrijven

-          intake

-          anamnese

-          afstemming

-          evaluatie

-          scannen

-          energie overdracht

-          energie beheersing

-          instellen

 

        Bewust toepassen van de diverse energieën.

        Verslagen van iedere les i.d.v.v. zelfreflectie.

         Studenten moeten is staat zijn de lesstof toe te passen op het eigen functioneren.

-          Wat herken je bij jezelf

-          Wat vond je moeilijk en op welk moment en waar voelde je dat en hoe ga je daar mee om.

-          Zie je de rode draad, zowel bij jezelf als bij de cliënt.

-          Wat kwam je tegen bij jezelf

-          Van wie is de ervaring, van jou of van de cliënt?

 

 

Aan het eind van het 3e jaar is de student in staat:

o   continue bewust te zijn van de eigen gronding als van de cliënt en deze te realiseren

o   de 7 fasen van het energetisch consult wordt automatisch toegepast

o   Een reflectieverslag conform de richtlijnen te schrijven

o   Een behandelverslag conform de richtlijnen van een reflectieverslag te schrijven

-          Om op basis van anamnese en fases van het energetisch onderzoek een conclusie te trekken, waaruit een logisch behandelplan volgt

-          Ethische kanten van het energetische consult herkennen, benoemen en vertalen naar de cliënt en/of externe

 

 

4de jaar:

Specialiseren

 

        Verfijning en specialiseren (gidsen, lichtwerkers ed.) van de mogelijkheden.

 

Aan het eind van het 4e jaar is de student in staat:

o   continue bewust van de mate van eigen gronding evenals die van de cliënt en deze te optimaliseren

o   zijn eigen energie en waarnemingstechniek te kunnen optimaliseren

o   Een reflectieverslag conform de richtlijnen te schrijven

o   Een behandelverslag conform de richtlijnen van een reflectieverslag te schrijven

-          Een cliënt te behandelen volgens alle fases van het consult.

-          Om te kunnen gaan met de ethische aspecten van het energetisch consult

-          De verdieping zowel energetische als persoonlijk te herkennen en te benoemen

 

 

Optie voor CPL:

1ste jaar 2x als cliënt fungeren. Leerdoel hiervan: ervaren hoe het is als cliënt te zijn en zich over t geven aan een therapeut. Opdracht hierbij is het beschrijven van de ervaring van zichzelf en de gegeven energie.

 

 

Richtlijnen voor het reflectieverslag

(de exacte woorden komen van Marijke)

 

Fases van het energetisch consult:

1.      Instellen

Jezelf gronden, bewust worden en accepteren van eigen energiebalans en klaarmaken voor de behandeling

2.      Afstemmen

Verbinding maken met de bron

3.      Scannen

Waarnemen van de energiebalans (huishouding) van de cliënt door het energieveld af te tasten met de handen

4.      (paranormaal) Diagnose

Conclusie van het scannen

5.      Behandelen

De behandeling is het logische vervolg van de conclusie

6.      Afsluiten

Hier wordt de energetische behandeling afgesloten

7.      Nabespreking

In dit gedeelte wordt met de cliënt besproken hoe de behandeling ervaren is

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 © 2000-2010 theWicked