8. Meldings- en klachtenregeling FONG/HJBC inzake ongewenst gedrag
Het Johan Borgman College is lid van de koepelorganisatie Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen (FONG). Deze koepel beoogt de professionalisering en bevordering van opleidingen op het gebied van de alternatieve c.q. natuurlijke geneeswijzen. Als lidorganisatie heeft HJBC zich verbonden aan de onderstaande meldings- en klachtenregeling.
Ga daarvoor naar www.fong.nl
Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen
Secretaris FONG
Algemeen Secretariaat
Tevens inlichtingen/website/visitaties
Els Groen
Secretariaat: Zuilenburg 59, 3328 VB Dordrecht
Tel. 078 617 44 68
E-mail:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
8.1 Hoofdstuk 1: Algemeen
Préambule
De meldings- en klachtenregeling inzake ongewenst gedrag, maakt deel uit van het beleid van de Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen (FONG) ter preventie van en omgang met gevallen van ongewenste intimiteiten, intimidatie en agressie. Een veilig leer- en werkklimaat is een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van de onderwijsinstelling.
Ongewenst gedrag schaadt het vermogen van medewerkers en studenten om onbekommerd te werken en te leren en brengt daarmee de instelling schade toe. Het reglement legt de rechtswegen vast waarlangs gevallen van ongewenst gedrag gemeld en behandeld kunnen worden. Het respecteert hierbij de belangen van alle betrokkenen op een zorgvuldige behandeling.
Begripsbepaling
Ongewenst gedrag,
Ongewenste intimiteiten, intimidatie en agressie.
Academie/College
Het opleidingsinstituut dat is aangesloten bij de Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen (FONG); hierna in dit verband aan te duiden als: College.
Bestuur van het College
Het bestuur of de eigenaar van het College.
Medewerkers
Personen die op basis van een dienstverband of anderszins bij het college of een van haar onderdelen werkzaam zijn.
Studenten
Cursisten, studenten, extraneï en andere personen die in het kader van een opleidingsovereenkomst verbonden zijn aan een College.
Bestuur van de FONG
Het dagelijks bestuur van de Federatie van Opleidingen in de Natuurlijke Geneeswijzen (FONG).
Vertrouwenspersoon
Man of Vrouw met wie men in vertrouwen kan spreken over persoonlijke problemen in gevallen van ongewenst gedrag van medestudenten en/ of medewerkers van het college.
Melding
Het mondeling of schriftelijk aan de vertrouwenspersoon kenbaar maken van een daad van ongewenst gedrag.
Melder
Degene, die een voorval van ongewenst gedrag meldt bij een vertrouwenspersoon.
Aangemelde
Een medewerker dan wel eens student van wie een daad van ongewenst gedrag bij de vertrouwenspersoon wordt aangebracht.
Klacht
Het aan de klachtencommissie kenbaar maken van een daad van ongewenst gedrag.
Klager
Degene, die een voorval van ongewenst gedrag aanbrengt bij een klachtencommissie, waarbij een medewerker en/of een bij het College ingeschreven student betrokken is.
Aangeklaagde
Een medewerker dan wel een student van wie een daad van ongewenst gedrag bij de klachtencommissie wordt aangebracht.
Artikel 1: werkingssfeer
Deze regeling heeft betrekking op al het verkeer tussen studenten onderling, tussen medewerkers onderling en tussen studenten en medewerkers.
Artikel 2: indieningtermijn
Een klacht wordt zo spoedig mogelijk na het voorval waarop deze betrekking heeft, doch in ieder geval binnen een termijn van drie maanden, na inschakeling van de vertrouwenspersoon, schriftelijk ingediend bij de klachtencommissie. Als geen vertrouwenspersoon is ingeschakeld, dient de klacht binnen een termijn van drie maanden na het voorval te zijn ingediend.
Artikel 3: identificeerbaarheid
Anonieme meldingen en klachten worden niet in behandeling genomen.
8.2 Hoofdstuk 2: Vertrouwenspersonen
Artikel 4: benoeming
Het bestuur van de FONG benoemt minimaal twee landelijke vertrouwenspersonen (een man en een vrouw), na instemming van het Algemene ledenvergadering van de FONG verkregen te hebben. Elk College kan desgewenst uit de medewerkers van haar opleiding minimaal één vertrouwenspersoon aanwijzen.
Artikel 5: Taken van de vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon van het College heeft tot taak:
a. Het fungeren als aanspreekpunt voor iedere medewerker en student die met ongewenst gedrag in termen van deze regeling, wordt geconfronteerd;
b. De melder/klager bij te staan en te adviseren.
c. De melder/klager voor zover nodig en gewenst te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;
d. Op verzoek van de melder/klager te bemiddelen;
e. De melder te ondersteunen bij het in gang zetten van de klachtenprocedure bij de Klachtencommissie;
f. Het management gevraagd en ongevraagd adviseren over beleid gericht op het voorkomen van ongewenst gedrag;
g. Het verzorgen van voorlichting ter zake;
h. Alle andere werkzaamheden die in direct verband staan met de uitoefening van de taken.
Artikel 6: Landelijke vertrouwenspersonen
De landelijke vertrouwenspersonen hebben tot hun taak op te treden in gevallen als de vertrouwenspersonen van het College de student of medewerker in het eigen College niet kunnen helpen.
Taken:
a. Het bestuur van de FONG gevraagd en ongevraagd adviseren over beleid gericht op het voorkomen van ongewenst gedrag;
b. Het verzorgen van voorlichting ter zake;
c. Alle andere werkzaamheden die in direct verband staan met de uitoefening van de taken.
Artikel 7: Vertrouwelijkheid
De vertrouwenspersonen dragen er zorg voor dat het vertrouwelijk karakter van de haar/hem ter beschikking gekomen informatie gewaarborgd blijft.
Artikel 8: Toegankelijkheid
Het bestuur van de FONG, c.q. de directie van het College van de opleiding verleent de faciliteiten zodat de vertrouwenspersonen gemakkelijk toegankelijk en bereikbaar zijn.
Artikel 9: Verslaggeving
De vertrouwenspersonen brengen jaarlijks aan het bestuur van de FONG een geanonimiseerd verslag uit over de verrichte werkzaamheden. Een onderdeel van dit verslag is een overzicht van het aantal, de aard en de afhandeling van de gevallen waarin personen zicht tot een vertrouwenspersoon hebben gewend. Dit verslag wordt ter kennis van de Algemene Ledenvergadering van de FONG gebracht. De gegevens worden opgenomen in het jaarverslag.
Artikel 10: Rechtsbescherming
De vertrouwenspersonen genieten dezelfde rechtsbescherming als de leden van de medezeggenschapsraden.
Artikel 11: Verantwoording
a. De landelijke vertrouwenspersonen zijn over de uitvoering van zijn/haar taken geanonimiseerd verantwoording schuldig aan het bestuur van de FONG;
b. De vertrouwenspersonen van het College zijn over de uitvoering van haar/zijn taken geanonimiseerd verantwoording schuldig aan het bestuur van het College.
Artikel 12: Overleg
Het bestuur van de FONG belegt minimaal één maal per jaar een bijeenkomst met de landelijke vertrouwenspersonen ter bespreking van het jaarverslag. De vertrouwenspersonen kunnen het bestuur advies uitbrengen over het te voeren beleid inzake de preventie van ongewenst gedrag.
8.3 Hoofdstuk 3: Klachtencommissie
Artikel 13: Samenstelling
a. De FONG kent een klachtencommissie bestaande uit drie personen. Deze commissie treedt op als landelijke commissie van alle aangesloten leden;
b. Het Bestuur benoemt de voorzitter en de leden. Een lid wordt benoemd op voordracht van de Algemene Vergadering;
c. De voorzitter is een jurist en komt van buiten de aangesloten opleidingen;
d. Voorzitter en leden van de commissie worden voor maximaal drie jaar benoemt. Zij kunnen worden herbenoemd;
e. Aan de commissie is een secretaris verbonden, aangewezen door het Bestuur van de FONG. De secretaris is geen lid van de commissie.
Artikel 14: Indiening klacht
Een klacht wordt in een gesloten enveloppe ingediend bij het bestuur van de FONG, met de vermelding: ‘ter attentie van de klachtencommissie’. Het Bestuur van de FONG zorgt voor ongeopende doorgeleiding van de klacht naar de secretaris van de commissie.
Artikel 15: Vormeisen klacht
Een klacht bevat:
a. De naam van de klager;
b. De naam van de aanklager;
c. Een omschrijving van het ongewenste gedrag dat aanleiding voor de klacht vormt.
Een afschrift van de klacht wordt door de secretaris van de commissie aan de aangeklaagde gezonden.
Artikel 16: Bespreking
Binnen drie weken na ontvangst van de klacht komt de commissie bijeen om de klacht te bespreken.
Artikel 17: Ontvankelijkheidverklaring
Indien de commissie de klacht ontvankelijk beschouwt, stelt ze een onderzoek in met hoor en wederhoor.
Artikel 18: Hoorzittingen
a. In het kader van het onderzoek hoort de commissie klager en aangeklaagde afzonderlijk.
b. De commissie kan getuigen horen, al dan niet op verzoek van de klager of aangeklaagde.
c. Tijdens het onderzoek kunnen klager en aangeklaagde zich desgewenst laten bijstaan.
d. Het horen van klager, aangeklaagde en getuigen vindt plaats in besloten zittingen.
e. Een ieder die in het kader van het onderzoek wordt gehoord is verplicht de gevraagde informatie te verschaffen;
f. Van ieder verhoor wordt een verslag gemaakt. Binnen een week nadat het verhoor heeft plaats gevonden, wordt het verslag aan de verhoorde persoon voorgelegd om voor akkoord te worden getekend. Indien de verhoorde niet akkoord gaat met het verslag is hij/zij gerechtigd schriftelijk commentaar aan het verslag toe te voegen.
Artikel 19: Uitslagtermijn
Uiterlijk twee maanden na ontvangst van de klacht geeft de commissie schriftelijk haar oordeel over de klacht
Artikel 20: uitspraakmogelijkheden
De klachtencommissie verklaart de klacht in haar uitspraak:
a. Niet ontvankelijk, dan wel;
b. Ongegrond, dan wel;
c. Gegrond.
De uitspraak vermeldt de gronden waarop het oordeel berust.
Artikel 21: Uitspraak
a. Indien de klachtencommissie de klacht niet ontvankelijk dan wel ongegrond acht, brengt zij haar uitspraak ter kennis van de klager, de aangeklaagde, het bestuur van de College en het bestuur van de FONG
b. Indien de klachtencommissie de klacht gegrond acht, dan brengt zij haar uitspraak ter kennis van het bestuur van het College en het bestuur van de FONG. De commissie vermeldt in haar uitspraak haar advies aan het College over het nemen van een maatregel waartoe de het bestuur van het College en/of het bestuur van de FONG bevoegd is. Tevens brengt de commissie haar uitspraak ter kennis van klager en aangeklaagde.
Artikel 22: Uitvoering
Het besluit van het bestuur van het College van de FONG over de te nemen maatregel(en) wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de klachtencommissie, de klager en de aangeklaagde. Indien het bestuur van de FONG of het bestuur van het College n iet besluit tot de maatregel die de commissie adviseerde, dan motiveert zij dit besluit. Zo mogelijk overlegt het bestuur van de FONG ter zake met het betrokken College.
Artikel 23: Interne klachtenregistratie
De klachtencommissie houdt een registratie bij van klachten en de behandeling ervan ten behoeve van het archief van de klachtencommissie. Alle gegevens inzake een klacht worden na tien jaar vernietigd.
Artikel 24: Externe klachtenregistratie
De klachtencommissie houdt tevens een anonieme registratie bij van de aard en de omvang van de door de klachtencommissie behandelde klachten, die wordt opgenomen in het jaarverslag van de klachtencommissie ten behoeve van het bestuur van de FONG.
8.4 Hoofdstuk 4: Maatregelen
Artikel 25: maatregelen studenten
Het College kan met betrekking tot studenten tot een of meerdere van de volgende maatregelen besluiten:
a. Waarschuwing;
b. Berisping;
c. Ontzegging van de toegang tot met name genoemde onderdelen van het onderwijs;
d. Ontzegging van gebruik van met name genoemde voorzieningen;
e. Intrekking van de inschrijving dan wel opzegging van het contract.
Artikel 26: Maatregelen medewerkers
Het bestuur van het College kan met betrekking tot de medewerkers tot een of meerdere van de volgende maatregelen besluiten:
a. Waarschuwing;
b. Berisping;
c. Schorsing
d. Ontzegging van de toegang tot (bepaalde) gebouwen en terreinen van het college;
e. Overplaatsing (voor zover van toepassing);
f. Ontslag resp. verbreking van de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 27: Maatregelen bestuur
Het bestuut van de FONG kan met betrekking tot het bestuur van de College tot een of meerdere van de volgende maatregelen besluiten:
a. Waarschuwing;
b. Berisping;
c. Boete;
d. Ontzegging van de toegang tot de algemene ledenvergadering;
e. Ontzetting uit het lidmaatschap van de FONG.
Artikel 28: Besluit en uitvoering
Het bestuur van het College c.q. het bestuur van de FONG neemt binnen een maand na ontvangst van de uitspraak van de klachtencommissie een besluit. Het brengt zijn besluit ter kennis van de klachtencommissie, de klager, de aangeklaagde en de vertrouwenspersoon. Klager of aangeklaagde kan tegen het besluit in beroep gaan bij de burgerlijke rechter.
8.5 Hoofdstuk 5: Overige bepalingen
Artikel 29: Jaarverslag
Het bestuur van de FONG stelt jaarlijks een verslag op van beleid en verrichtingen inzake voorkomen en behandelen van ongewenst gedrag. Het bevat in ieder geval het verslag van de klachtencommissie als bedoeld in artikel 24. Het verslag van het Bestuur wordt ter kennis gebracht van de medezeggenschapsraden van de leden van de FONG.
Artikel 30: Geheimhoudingsplicht
Een ieder die ingevolge deze regeling op de hoogte is gebracht van feiten dan wel in het bezit is gekomen van schriftelijke stukken met betrekking tot een melding of klacht inzake ongewenst gedrag is verplicht tot geheimhouding van deze feiten tegenover derden en draagt er zorg voor dat bedoelde stukken niet onder ogen van derden komen.
Artikel 31: Bekendmaking
Het bestuur van het College draagt zorg voor een voldoende bekendmaking van deze regeling bij het personeel en de studenten van het college
Artikel 32: Vaststelling
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘regeling ongewenst gedrag’. Deze regeling wordt vastgesteld door het Algemene ledenvergadering van de FONG na instemming van de besturen c.q. de medezeggenschapsraden van de aangesloten opleidingsinstituten.
8.6 Hoofdstuk 6: Slotbepalingen
Leden van de FONG onderschrijven deze klachtenregeling en verklaren deze statuten en hun overeenkomsten verbindend.

